
Kees van Zelderen (68) runt met zijn broer een biologisch melkveebedrijf in het oosten van Noord-Brabant met 55 koeien op 42 hectare. Ik ken Kees al sinds de lagere school en speelde als kind vaak bij hem op de boerderij. Hij speelde jarenlang een belangrijke rol als voorzitter van de biologische sector binnen LTO Nederland. Hoewel zijn bedrijf net buiten Gelderland ligt, ben ik daarom toch benieuwd naar zijn visie op de toekomst van de Gelderse landbouw.
Op het bedrijf is recent 25 ha als agroforestry ingericht. Er is bijna 1.200 meter aan voedselhagen te vinden met onder andere kastanje-, walnoot-, hazelaar- en wilde perzikbomen. Samen met kruidenrijk grasland zorgt dit voor een sterke impuls aan biodiversiteit. Het Groen Ontwikkelbedrijf Brabant ondersteunt dit met subsidies, ook voor de waardedaling van de grond. De percelen worden onderdeel van het Ondernemend Natuurnetwerk Brabant. Via een notariële akte wordt vastgelegd dat deze natuurinclusieve landbouw ook in de toekomst behouden blijft. Dat is belangrijk nu Kees en zijn broer bijna met pensioen gaan.
Besluiten ketenbedrijven
In zijn rol bij LTO-biologisch was Kees nauw betrokken bij het vergroten van de markt voor biologische producten. Momenteel ondersteunt de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland hiervoor Bioregio’s (bijvoorbeeld op de Zuid-Veluwe). Maar belangrijker volgens Kees zijn besluiten van bedrijven. Zo is de zuivel van het huismerk van PLUS nu allemaal biologisch èn goedkoper dan de A-merken. En HAK zou alleen nog maar biologische groenten in hun potjes doen. Helaas gaat dat nu niet helemaal door, maar het blijft een wezenlijk besluit.
Denemarken
Ook op Europees niveau was Kees actief. De EU streeft naar 25% biologische landbouwgrond, maar de verschillen tussen lidstaten zijn groot. Nederland heeft de doelstelling verlaagd naar 15% en is het enige land zonder omschakelingssubsidies en zonder hectarepremie voor biologisch. Italië heeft juist forse subsidies maar geen sterke ketens, waardoor producten verdwijnen in de bulk. Denemarken pakt het ketenbreed aan en behaalt hoge marktpercentages van 30–60% voor basisvoedsel.
Toegang tot grond
Kees was eerder betrokken bij het Boerenberaad, een denktank van boeren met uiteenlopende duurzaamheidsambities. Daar werden vijf grote knelpunten geïdentificeerd: toegang tot grond, belemmerende wetgeving, gebrek aan kennis, financiering en het verdienvermogen van de boer (oftewel zijn zwakke positie in de keten). Het initiatief kreeg uiteindelijk net geen steun van minister Carola Schouten en kwam daardoor niet echt van de grond.
Regeneratief
Nu kijkt Kees positief naar ReGeNL, een nieuw programma vanuit Wageningen met €200 miljoen steun van het Nationaal Groenfonds. Het richt zich op regeneratieve landbouw die economisch én maatschappelijk houdbaar is. Volgens Kees biedt dit kansrijke perspectieven voor de toekomst van de landbouw.
Wat neem ik mee van Kees?
Er zijn grote verschillen in hoe lidstaten omgaan met de Europese doelstelling om 25% van het areaal biologisch te betelen. Nederland is hierin niet bepaald het beste jongetje van de klas. Aan Denemarken zouden we een voorbeeld kunnen nemen. Toegang tot grond is voor alle bedrijven die duurzamer willen werken een probleem. En het Wageningse programma ReGeNL moeten we in de gaten houden.


Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.