Secretaris LTO- West Achterhoek Annet Harenberg: “Bij samenwerking moet je elkaar wat gunnen”

Samenwerken lukt alleen als boeren elkaar iets gunnen. Dat is de overtuiging van Annet Harenberg (54), secretaris van LTO-Noord, afdeling West Achterhoek. Ik maak thuis in Baak met haar kennis, omdat ik via aansluiting bij de afdeling meer praktijkcontact zou willen hebben. Ze vertelt over een boer die door ziekte moest stoppen. Hij wilde het bedrijf alleen als geheel verkopen. Om te voorkomen dat een grote partij van buiten de regio zou toeslaan, besloten vijf boeren samen als één partij op te treden. De grond werd daarna verdeeld. “Dat lukt alleen als je accepteert dat de één er net iets meer aan overhoudt dan de ander,” zegt Harenberg.

Annet Harenberg is actief binnen LTO-Noord, de belangenorganisatie voor boeren en tuinders. De afdeling West Achterhoek telt zo’n 250 leden en beslaat de gemeenten Zutphen, Bronckhorst, Doesburg en Doetinchem. Door het afnemende aantal boeren zijn aparte afdelingen per gemeente niet meer haalbaar. Tijdens bijeenkomsten worden ontwikkelingen per gemeente en per agrarische sector besproken. Daarnaast organiseert de afdeling jaarlijks meerdere activiteiten, zoals binnenkort een excursie naar voerfabriek de Hoop, bij Zelhem.

Natuurvergunning rond krijgen
Annet woont met haar man Wim in het dorp en niet meer op het erf. Die afstand is beter voor zijn gezondheid. Hun middelste zoon woont met zijn vriendin inmiddels op de boerderij en wil die overnemen. Hij heeft plannen voor een nieuwe stal met melkrobots. Die gaat voldoen aan moderne eisen op het gebied van milieu en dierenwelzijn. Toch zijn die plannen onzeker. Voor een natuurvergunning moet hij namelijk 35 procent van zijn stikstofruimte inleveren. Maar wil de bank zo’n investering dan nog wel financieren? En vraag je dan toch een vergunning aan, als je nog niet weet of je de bank meedoet?

Tegenstrijdige regels
Volgens Annet worstelen veel boeren met tegenstrijdige regels. Dierenwelzijn en milieuwetgeving botsen regelmatig. Er ligt genoeg grond bij huis om de koeien dag en nacht buiten te laten lopen. Maar omdat er ook percelen verder weg liggen, moet er wel mest in de put komen. En dus moeten de koeien ’s nachts op stal. Anders moeten ze kunstmest aankopen. Tegelijk moeten ze volgens de fosfaatregels 300 kuub mest afvoeren, terwijl ze met 120 koeien op 75 ha redelijk extensief boeren.

Sociale oplossingen vinden
Harenberg pleit voor simpeler en stabieler beleid. “Regels moeten werkbaar zijn, en ze moeten niet steeds veranderen.” Ze ziet dat boeren samen best sociale oplossingen weten te vinden, zoals bij het voorbeeld van de grondaankoop. Daarbij heeft een onafhankelijke bemiddelaar geholpen. Dat zou de provincie vaker moeten ondersteunen. “Samen kom je verder, maar dan moet je elkaar wel de ruimte geven.”

Wat neem ik mee van Annet?
De gezamenlijke grondaankoop vind ik een mooi voorbeeld van een sociale oplossing om méér boeren vooruit te helpen. Dat verdient onze steun. Het kan dus wel! Zou in samenwerking ook niet de sleutel liggen voor het oplossen van tegenstrijdige regelgeving? Bijvoorbeeld door gebiedsgerichte doelsturing? Dat wil ik graag verder onderzoeken.